A+ A A-
Aanjager

Aanjager

Website URL:

1e Northern Passion bijeenkomst

Programma richtte zich op kennismaken, duidelijk krijgen wat men zou willen met het netwerk en een inhoudelijke presentatie over de ruimtelijke ontwikkelingen rond het Lauwersmeer.
Conclusies van de kennismakingsronde:
Northern Passion (nu De Noorderstroom) kan een breed en laagdrempelig platform zijn, voor de vakgebieden planologie, stedenbouw, landschap en architectuur, met een duidelijke stem over de Noordelijke opgave in het ruimtelijk debat, door:
* kennis te brengen en halen
* debat aan te zwengelen in het Noorden
* meer visie te ontwikkelen op het Noorden als totaal
* meer visie te ontwikkelen op de lange termijn
* platform te zijn voor discussie
* vraagstukken aan te scherpen
* uitwisseling info tav eigen projecten als metafoor voor de passie
* aanjager voor collectieve bewustwording van het noorden
Lees verder het hele verslag Verslag 1e NP Lauwersmeer, 26 oktober 2007
Michiel Firet van Staatsbosbeheer heeft iets verteld over de ruimtelijke ontwikkelingen rond het Lauwersmeer. Hiervoor heeft als basis gediend de presentatie die hij namens Staatsbosbeheer heeft gehouden op een internationale conferentie over afgesloten zee-armen (Management of closed off tidal basins, 10 okt. 2007). De presentatie is voorbereid door Henk Hut en Lieselot Smilde.
Lauwerslake, tidal basin expert meeting 10-10-2007

 

Centrumplan Heerenveen

Op 10 december 2007 was het netwerk te gast bij de gemeente Heerenveen. Simon Waley, planoloog bij de gemeente Heerenveen, had ons uitgenodigd om samen na te denken over de opgave van de transitie van het centrum van Heerenveen en de verbinding met Sportstad Heerenveen. In het verslag van deze bijeenkomst schrijft Simon:
“Beste betrokkenen Centrum-Breed,
Afgelopen maandag 10 dec hebben we hier een bijeenkomst gehad van het (nieuw opgericht) netwerk 'Northern Passion' dat bestaat uit stedenbouwkundigen, (landschaps)architecten en planologen uit Noord-Nederland die allemaal 'iets hebben' met de ruimtelijke ontwikkeling van Noord-Nederland. Ze waren uitgenodigd om mee / na te denken over de 'Centrum-Breed' discussie hier, dan als voorbeeld van een stedelijk centrum ontwikkeling in N-N. In totaal waren er 25 deelnemers - een grote opkomst dus. Hierbij een korte terugkoppeling. 

Na een algemene discussie over de ontwikkeling van stedelijke centra in Noord-Nederland heb ik de bekende Centrum-Breed presentatie gegeven. Plenaire is er een 'SWOT' analyse van stedelijke centra in N-NL gemaakt. Veel van de issues hier spelen uiteraard in andere centra. Men vond dat de situatie hier wellicht nog lastiger is dan in andere steden als gevolg van de concurrentie niet alleen met vergelijkbare centra Sneek en Drachten maar ook met de regionale centra in Joure, Gorredijk en Wolvega.
Wij hebben met de hele groep een korte wandeling gemaakt door het centrum, ook tot Sportstad. Vervolgens is er in drie groepjes geschetst (waarbij lol net zo belangrijk was als een serieuze opdracht): de groepjes waren gevraagd om een 'stedenbouwkundige lefkaart' te maken. Bij de evaluatie van die schetsen blijft bij mij vooral de volgende punten hangen ( lees verder hele verslag, inclusief de schetsen via Verslag 2e NP Heerenveen10dec07 )

 

Stedenbouwkundig perspectief op de wadden

Impressie van Noorderstroom over Ruimtelijke Kwaliteit van het Waddengebied

Herberg ‘De Hoeke’ in Paesens staat te koop. De bestemming zal dus mogelijk veranderen en symboliseert zo dat de Wadden een gebied in beweging is. Dat bleek ook uit de presentaties tijdens de bijeenkomst van Noorderstroom in die herberg. Maar eerst werd een wandeling gemaakt over de dijk langs en ‘in’ de Waddenzee en kon men zien hoe de buitendijkse landaanwinning langzaam weer prijs gegeven wordt aan de natuur. De dijk voor de zeedijk loopt dood, maar bood niettemin een prachtig uitzicht. Het licht van de vuurtoren op Schiermonnikoog bleek reeds ontstoken … (lees verder RVDB-impressiePaesens-def, zie ook hieronder ) . En lees het verslag van deze bijeenkomst verslag Noorderstroom debat Wadden 3 maart 2009 .

Essay van Rob van der Bijl:
Ik moet bekennen dat ik als stedebouwer niet al te veel affiniteit heb met natuur, of met natuurlijk landschap. Dat komt zeker door mijn achtergrond; in Delft heb ik destijds succesvol een modernistische en functionalistische hersenspoeling afgerond. Maar het komt ook omdat ik geboren en getogen ben in Nederland, waar – zover ik in al mijn beperktheid kan overzien – natuurlijk landschap met een loep moet worden opgespoord. Misschien overdrijf ik, maar heb toch heel vaak buitenlandse toeristen en gasten zien glimlachen als hun Nederlandse kennissen repten over de natuur waar ze zich op dat moment in zouden bevinden. 
Ik ben opgegroeid achter de duinen, inderdaad in Den Haag, of nauwkeuriger, óp Scheveningen. Ja, óp..., want Scheveningers woonden (ze bestaan nauwelijks meer) niet in hun dorp, maar dus op Scheveningen. Dat komt misschien doordat het dorp op de duintoppen was gelegen. Enfin, die duinen herinner ik me nog goed en ik kom er trouwens ook nog wel. Maar wat me als klein jongetje al verbaasde was dat prikkeldraad. Een tocht door de duinen was voor mij hetzelfde als een wandeling langs een aangeharkt pad dat aan beide zijden was begrensd door prikkeldraad en waarschuwingsborden. Sindsdien is in mijn beleving de lengte prikkeldraad en de hoeveelheid aanwijzingen, ver- en geboden langs Nederlandse duin- en bospaden beslist niet afgenomen. Evenmin lijkt me, is de natuur veel toegenomen. 
Slechts één duin maakte indruk op mij. Dat was het Lindoduin, naar ik later begreep een van de laatste restanten van het (natuurlijk?) duingebied dat in de jaren 20 en 30 (van de vorige eeuw dus) had moeten plaatsmaken voor Scheveningse en Haagse woningbouw. Maar uitgerekend dat Lindoduin werd ontgraven in de tijd dat mijn stedebouwkundig bewustzijn opgang deed. Het hoge duin, een soort berg, maakte in luttele tijd plaats voor een nog veel hoger woongebouw, een galerijflat om precies te zijn. Ik vond het prachtig en die flat heeft zeker bijgedragen aan mijn fascinatie voor kunstmatig landschap! 
In Scheveningen werd een zangerig dialect gesproken, Schevenings, nauw verwant aan het Katwijks uit het dorp noordelijker. Je zegt trouwens niet Schévenings, maar Schèvenings, en de Katwijkers spraken wat minder zangrijk het ‘Kattiks’. Die Scheveningse tongvol herken ik nog onmiddellijk. Het mooiste woord is zee, of in het dialect, ‘zèh’. Veel later, na het lezen van Eric de Kuyper’s schitterende ‘Met zicht op zee’, kwam ik er achter dat de taal van de ‘Schèveningse Zèh’ langs de gehele Noodzeekust werd, en deels nog wordt gesproken: het Noordzeegermaans. Zoals in Oostende, misschien daar nog mooier, want de Noordzee heet er niet de zèh, maar het zèhtje. Als de storm gaat liggen zeggen ze er ‘’t zèhtje pist’. Prachtig, de Noordzee is geen oceaan, zelfs geen zee, maar een zèhtje. 
Mijn band met de kust en de zee is een feit, maar een feit dat zich maar lastig verhoudt met mijn appreciatie van kunstmatig landschap. Want één ding is zeker, de Noordzee is niet kunstmatig. Ook al zou je zo nu en dan daar aan kunnen twijfelen bij het zien van boorplatforms of windmolenparken. Maar voorlopig houd ik het er op dat de ‘Schèveningse Zèh’ en het ‘Zèhtje’ van Oostende puur natuur vertegenwoordigen. Maar... is de Noordzee ook natuurlijk lándschap? De zee en de kust vormen tezamen kustlandschap, dat wel, maar geen natuurlijk landschap. En is er dan wellicht sprake van natuurlijk landschap op zee, buiten het visuele bereik van de kust? Misschien in combinatie met wolkenluchten uit de schilderijen van Hollandse Meesters? Ik dwaal af. 
Wat ik geleerd heb op het Scheveningse strand (en later ook op andere stranden) is dat zee en het strand in ieder geval een dynamisch landschap vormen, vooral door de werking der getijden. Het opkomende en het wijkende water creëren telkens nieuwe landschappen. Op de schaal van een postzegel, in het leefruim van kwalletjes, krabbetjes en schelpjes, zijn dit natuurlijke landschappen. Maar op de schaal van de kustzone wordt het natuurlijke van die dynamische landschappen sterk onderdrukt door steden en infrastructuur en niet te vergeten door het vaak al te menselijke gebruik van de vaderlandse stranden (ga hier niet in details treden, maar vaak is dat echt vies). 
Het landschap van Scheveningen, het kustlandschap, het dynamische landschap van zee en strand – het heeft mij wat tijd gekost, ook nu weer – maar zelfs ik kwam er achter dat dit soort landschap in optima forma aanwezig is voorbij Scheveningen in het noorden, in het Waddengebied! Dat gebied strekt zich uit van Texel, of historisch gezien misschien al van Wieringen, tot aan het Deense eiland Fanø. En daartussen al die andere eilanden: Ameland, Borkum, Sylt, enzovoorts. Dat ik jullie deze column voorlees komt omdat ik al enige tijd verwikkeld ben in onderzoek naar dit Waddenlandschap.
Schiermonnikoog was mijn eerste kennismaking met het Waddengebied. Ik weet niet precies meer wanneer maar het was de tijd dat een zwarte Amerikaanse slee werd gebruikt voor het vervoer van gasten naar Hotel Van der Werff. Het kustlandschap was meteen overweldigend. Het brede strand, de Noordzee, de ruimte was er ongelooflijk. De uitgestrektheid van het strand voorbij de Balg, en de Wadden daarachter, adembenemend. Maar wat me op den duur het meest frappeerde was vooral de tegenstelling tussen die uitgestrektheid en openheid van de stranden, de Noordzee en de Waddenzee aan de ene kant en het eiland zelf aan de andere kant, of beter gezegd, aan de binnenkant. Het eiland is klein en de rest is groot; kleinschalig versus grootschalig. Het eiland staat voor gecompartimenteerde ruimte, de omgeving voor wijdsheid. Het eiland is overwegend kunstmatig, de omgeving overwegend natuurlijk.
Schiermonnikoog blijkt een prototype van Nederlands kustlandschap: de kust met de duinen daarachter, en daar weer achter een heuse, rationeel verkavelde polder (misschien is Terschelling nog een beter voorbeeld, maar daar kwam ik pas later terecht). Die orde vormt ook de basis voor het landschap van nagenoeg alle andere Waddeneilanden, zowel van de Nederlandse, als van de Duitse, maar ook van ten minste twee Deense Waddeneilanden. Dat Schiermonnikoog een soort mini-Holland vormt is goed te zien wanneer de kaart van het eiland 90 graden naar links wordt gedraaid. Dan zie je als het ware een variant op het landschap van Noord-Hollandse Schoorl en omgeving. Trouwens wanneer Texel 90 graden naar rechts wordt gedraaid, is meteen duidelijk dat Texel natuurlijk ook echt een Waddeneiland is; alhoewel sommige Waddenliefhebbers dat niet meteen met me eens zijn.
Op de meeste Waddeneilanden wordt gewoond. En daarom zijn er woningen nodig. Een Groningse architect, geboren en getogen op Schiermonnikoog, legde mij in de gelagkamer van Van der Werff ooit uit dat de eilandbevolking geen bal van architectuur begreep. Hij had kort daarvoor een project voor een plaatselijke vriend afgerond. Een woonhuis, over de gehele diepte gezoneerd, één helft privé (voor die vriend) en de andere helft bestemd voor verhuur aan toeristen. Die zonering was af te lezen aan de voorgevel. Het laagste deel, dat wil zeggen de goothoogte, bevond zich precies in het midden. Van daaruit liep het dak, enigs gebogen, in twee richtingen omhoog om zowel links als rechts de uiterste nokhoogte te bereiken. De architect had als het ware een traditioneel huis op het eiland in de lengte door midden gezaagd en vervolgens de twee helften verwisseld en aan elkaar geplakt. Daarmee bleef hij voldoen aan de plaatselijke bouwverordening, want nokhoogte OK en goothoogte OK. Aldus maakte hij niet alleen een lange neus naar de eiland-bureaucraten, maar schiep hij ook ruimte voor architectuur, en een mooi, doelmatig huis voor zijn vriend.
Wat ik wil zeggen, mij fascineert aan de Wadden juist die combinatie van kunstmatig landschap (polders, bebouwing, dijken, architectuur, stedebouw) en het vloeibare landschap van stranden en zee. Juist die tegenstelling. Zo mooi te zien op vele plaatsen in het Waddengebied. En misschien nog wel het mooiste vanuit de lucht. Met een beetje geluk zijn de eilanden goed te zien op een gemiddelde vlucht van Amsterdam richting Scandinavië. Bijvoorbeeld die dijk van het Duitse vasteland naar Sylt en een vergelijkbare verbinding voor het eerst volgende eiland in Denemarken. Of de harde kustverdediging van Duitse eilanden als Borkum en Langeoog.
Ik weet wel dat de Wadden voor velen synoniem zijn met natuur, of natuurgebied, maar ik was en ben vooral geïnteresseerd in de artificiële aspecten van dit kustlandschap, juist omdat daar die tegenstelling tussen natuurlijk en kunstmatig zo mooi uit de verf komt. De ‘vintage’ taxi-, later busdienst door en naar Hotel Van der Werff te Schiermonnikoog en de infrastructuur van de haven, allebei met als achtergrond de Waddenzee. De in onbruik geraakte bakens, zoals in de Kobbeduinen. En de twee vuurtorens van Schier, waarvan die ene een watertoren bleek te zijn. Trouwens voor mij is Wieringen ook een Waddeneiland, maar dan een ingekapseld eiland, opgenomen in de kunstmatigheid van Hollandse polders. En ook mooi, die ‘manmade’ slufter in, of beter door het duingebied van Texel. Bovenal hou ik van al die mooie nederzettingen, zoals Den Burg en De Cocksdorp op Texel, of het nouveau riche dorp Kampen op Sylt. Maar ook het smalspoorlijntje op Borkum tussen de haven en het dorp. En dan laat ik hier die straaljagers boven Vlieland en de Vliehors daaronder voor het gemak buiten beschouwing. Van Fanø waardeer ik juist dat het zo dicht bij de stad Esbjerg op het vaste land ligt.
Ik weet wel dat de Wadden voor velen synoniem zijn met natuur, of natuurgebied, maar ik was en ben vooral geïnteresseerd in de artificiële aspecten van dit kustlandschap, juist omdat daar die tegenstelling tussen natuurlijk en kunstmatig zo mooi uit de verf komt. De ‘vintage’ taxi-, later busdienst door en naar Hotel Van der Werff te Schiermonnikoog en de infrastructuur van de haven, allebei met als achtergrond de Waddenzee. De in onbruik geraakte bakens, zoals in de Kobbeduinen. En de twee vuurtorens van Schier, waarvan die ene een watertoren bleek te zijn. Trouwens voor mij is Wieringen ook een Waddeneiland, maar dan een ingekapseld eiland, opgenomen in de kunstmatigheid van Hollandse polders. En ook mooi, die ‘manmade’ slufter in, of beter door het duingebied van Texel. Bovenal hou ik van al die mooie nederzettingen, zoals Den Burg en De Cocksdorp op Texel, of het nouveau riche dorp Kampen op Sylt. Maar ook het smalspoorlijntje op Borkum tussen de haven en het dorp. En dan laat ik hier die straaljagers boven Vlieland en de Vliehors daaronder voor het gemak buiten beschouwing. Van Fanø waardeer ik juist dat het zo dicht bij de stad Esbjerg op het vaste land ligt.

 

Structuurvisies onder de loep

Op 29 juni 2009 hadden we een zeer geslaagde netwerkbijeenkomst. Rond de zonnewende wilden we er een midzomerhappening van maken. En dat is gelukt! Het was heerlijk weer. 't Was even zoeken naar Nieuw Allardsoog, ten oosten van Bakkeveen. Toen we bij de heide van Bakkeveen alle schaapjes bij elkaar hadden hebben we eerst een wandeling naar Grenspaal 25 gemaakt. Deze grenspaal is het ontmoetingspunt van Drenthe, Groningen en Fryslân. Even hebben we overwogen het netwerk Grenspaal 25 te noemen, naar het midden van ons aandachtsgebied. We hebben toch voor De Noorderstroom gekozen. Michiel Firet heeft kort iets verteld over het ontstaan van Allardsoog. Zelfs in de armoedige tijd van heide en veen vond een landheer de tijd om de veenarbeiders te helpen met scholing en maatschappelijke bewustwording. In de jaren 30 van de twintigste eeuw werd de basis gelegd voor de volkshogeschool Allardsoog. Dat is nu een Nivonhuis. Na een korte wandeling mochten we bij Nieuw Allardsoog, een conferentie- en trainingsoord, aanschuiven aan een uitstekend diner. 't Was lastig om toch weer aan het werk te gaan. Maar na twee uitstekende inleiding waren twee groepen al snel in felle discussie gewikkeld en werd er volop geschetst. De opgave? Wat is, gegeven de gepresenteerde feiten, een goede ruimtelijke ontwikkeling in het kader van de gemeentelijke structuurvisie voor Delfzijl - Appingedam en de gemeente Ooststellingwerf. Toen het ging schemeren werden de schetsen besproken en vergeleken met de koers die de betrokken bureaus en gemeenten hebben gekozen. Een inspirerende avond waarbij identiteit, gebruiken van het landschap, krimp, het durven loslaten van missers uit het verleden en terug  brengen van het contact met het water (de Eems en de beken rond Oosterwolde) aan bod kwamen.
Het bestuur van De Noorderstroom zou graag zien dat het debat ook via internet verder gaat. Dus reageer op dit bericht!. Een voorschot. Martin Dubbeling en Geske Barendrecht hebben met veel enthousiasme gepresenteerd hoe zij de bevolking betrokken hebben bij de planvorming. Nog geen week later sprak Michiel Firet een inwoner van de gemeente Ooststellingwerf die qua opleiding en interesse zeker een waardevolle bijdrage had kunnen leveren. Het gehele proces is aan hem voorbij gegaan. Over Delfzijl werd duidelijk in de presentaties van Jochem en Sascha dat het zeer lastig is om de burgers er bij te betrekken. Men vaart of is met andere dingen bezig. Vraag: Is het opstellen van een structuurvisie wel iets wat aanslaat bij het grote publiek? Het lijkt er op dat alleen een selecte groep van burgers aanhaakt. De Raad voor het Overheidsbeleid vindt het niet verkeerd dat de politiek wat afstand houdt en visionair is in denken en doen. Maar tot hoe ver?

Bekijk de presentatie over de structuurvisie Delfzijl - Appingedam van Jochem en Sascha in de bijlage.
En bekijk de presentatie over de structuurvisie Ooststellingwerf van Martin ook in de bijlage.




 





 

E=KM2

Op 16 februari organiseerde De Noorderstroom de bijeenkomst E = KM2 : energie ontmoet ruimtelijke ontwikkeling. De Noorderstroom stimuleert de uitwisseling tussen vakgebieden en het debat over de ruimtelijke kwaliteit van Noord-Nederland. In de ruimtelijke ontwikkeling ontstaan voortdurend kansen voor de transitie naar een duurzame energiehuishouding
Maar wat is een duurzame energiehuishouding eigenlijk en wat is daar voor nodig? Welke kansen biedt dit voor ruimtelijke kwaliteit en hoe pas je dit toe in de praktijk? Deze bijeenkomst ging over de vraag of de ambitie van gemeenten en provincies om binnen afzienbare tijd klimaatneutraal te worden van invloed is op ruimtelijke ontwikkeling van steden, dorpen en het landelijk gebied.
Sporen in het landschap
De goed bezochte discussieavond werd ingeleid door Tjerk Ruimschotel, stadsarchitect van de gemeente Groningen. Hij vertelde dat de winning van energie al eeuwen sporen heeft achtergelaten in het landschap. Dat beperkt zich niet alleen tot het aanleggen van kanalen en de winning van hoogveen in de Veenkoloniën. Ook in deze tijd zijn de sporen in het landschap te zien. Gemalen, sluizen en stuwen die de effecten van de bodemdaling als gevolg van de gaswinning moeten opvangen tot aan het Groninger museum, het cadeautje van de Gasunie aan de gemeente Groningen.
Energietransitie
Gerrit van Werven, directeur van Energy Valley, vertelde over de energieambities van het Noorden vanuit economisch perspectief. Het Noorden zit bovenop Nederlandse gasreserves en middenin het Europese gasnetwerk. Er zijn in het Noorden 400 energiegerelateerde bedrijven met 25.000 banen. Energy Valley heeft drie peilers: innovatieve toepassingen voor conventionele energie (gas, olie, elektriciteit), het bundelen en uitwisselen van kennis en innovatie en het Noorden als voorloper in energietransitie.
Alleen al in energietransitie en duurzame energie wordt in Noord Nederland 6.480 miljoen euro geïnvesteerd, bijvoorbeeld in Green Gas Hubs. De toekomstige productie van groen gas (biogas) in Noord Nederland is zo groot dat het alle huishoudens in het noorden ervan kunnen worden voorzien. Duurzame energie is onuitputtelijk maar het is niet altijd beschikbaar als je het nodig hebt. Smart Grids, slimme netten, kunnen dat verhelpen en een cruciale rol spelen in de stap naar een duurzame energievoorziening. Nieuwveense Landen in Meppel wordt een van de eerste CO2-vrije en energieproducerend woonwijken met een Smart Grid.
Compacte steden
Martin Dubbeling, stedenbouwkundige bij SAB, liet aan de hand van een aantal eenvoudige vragen en voorbeelden zien dat we heel weinig parate kennis hebben over de relatie tussen energie en ruimte. Hij stelt dat Noord Nederland kansrijker is dan andere regio’s in Nederland om het hoofd te bieden aan het energie- en klimaatvraagstuk. Het Noorden bestaat immers uit een netwerk van compacte steden die door spoorwegen met elkaar en met de rest van Nederland zijn verbonden.
De compacte steden moeten vooral compact blijven. Het verbeteren, intensiveren en uitbreiden van dat spoorwegnetwerk biedt kansen voor duurzame mobiliteit. Een deel van de steden ligt op plekken waar aardwarmte uit de diepere grondlagen (1.500-2.000 meter) gewonnen kan worden. Het een energiepotentiaal van aardwarmte in Nederland is vergelijkbaar met de gasvoorraad. In tegenstelling tot de meer verstedelijkte delen van Nederland is in het Noorden volop ruimte voor nieuwe energielandschappen met windmolens en de teelt van gewassen waaruit energie gewonnen kan worden.
Onderzoek en verbeelding
Planologe Femke Adriaens gaf een overzicht van actuele initiatieven in het Noorden zoals Meerstad in Groningen en Vries-West in de gemeente Tynaarlo. Het samenbrengen van energie, klimaat en ruimte in concrete plannen voor dorpen en steden vraagt om extra aandacht in het proces. Meer nog dan voorheen vraagt het om een samenwerking tussen verschillende overheden en om onderzoek naar en de verbeelding van mogelijke oplossingen. Duurzame ruimtelijke ontwikkeling en energietransitie houdt niet op bij de grenzen van het plangebied of bij de gemeentegrens.
In het proces spelen aspecten mee als dichtheid, footprint, schaal, gebiedseigen kansen, oriëntatie en de opgave specifieke kansen. Het vergt daarnaast de nodige communicatie met en een zekere mate van betrokkenheid van ontwikkelaars en consumenten. Het samenbrengen van energie, klimaat en ruimte in een woonwijk gaat veel verder dan zorgen dat er woningen gebouwd kunnen worden. Er spelen vraagstukken zoals kunnen we gebruikmaken van restwarmte en levert het nabije landschap voldoende biomassa op?
Discussie
Al tussen de presentaties ging de discussie los. De aanwezigen, allen werkzaam in en betrokken bij duurzame ruimtelijke plannen en processen, zagen volop kansen en uitdagingen voor Noord-Nederland. En ja, men beseft dat energietransitie veel verder gaat dan het isoleren van zolderkamertjes en dat technieken en inzichten razendsnel aan het veranderen zijn. Wat gisteren nog niet mogelijk was, is morgen wellicht wel haalbaar.
Martin Dubbeling pleitte voor een Agenda voor Noord-Nederland die verder gaat dan die van Energy Valley. Het haperen van de bouwproductie door de economische en demografische krimp ziet hij als een kans om bestaande plannen te herzien en te verduurzamen. Volgens Femke Adriaens is ruimte en aandacht voor innovatie in het proces een van de sleutels voor succes. Een duurzame woonwijk heeft identiteit is functioneel, flexibel en is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle betrokken partijen.
Gerrit van Werven benadrukte dat een duurzame energievoorziening per definitie decentraal is, geïntegreerd met sterk verbeterde conventionele systemen en dat energietransitie slechts een kwestie is van tijd. Tjerk Ruimschotel en anderen maakte zich zorgen over de ruimtelijke kwaliteiten van de landschappen, dorpen en steden in het Noorden. Op welke wijze kunnen deze kwaliteiten en de potenties van het Noorden als energieregio en proeftuin elkaar versterken?
Grounds for Change
Gerrit van Werven wees ten slotte nog op het congres Grounds for Change, van 20 tot en met 23 april in Hof van Saksen in Nooitgedacht bij Rolde in Drenthe. Op dit congres, georganiseerd door de provincie Drenthe en de Rijksuniversiteit Groningen, komt de energietransitie in Noord-Nederland in ontwerpateliers, excursies, workshops en masterclassen uitgebreid aan de orde.



 

Suiker in Groningen, de toekomst

In de week dat de gemeente Groningen officieel de sleutel overhandigt krijgt van het 126 hectare grote Suikerunieterrein, kwam de Noorderstroom bijeen om over de toekomst potentie van het gebied te brainstormen. 
En dan met name het tijdelijk gebruik ervan de komende vijftien jaar. Alfred Kazemier en Kees Muller van de Gemeente (ROEZ) lichtten deze quest toe: met de reeds in gang gezette ontwikkelingen van Meerstad, De Held 3, Ciboga en Ebbingekwartier is er reeds voldoende planvoorraad voor de stad. En hoewel er geluiden zijn om de ontwikkelingen van Meerstad te stoppen en eerst  het Suikerunieterrein te ontwikkelen, zijn deze ideeën niet reëel. De rentelasten van Meerstad zijn vele malen groter dan die van het Suikerunieterrein, bovendien doe je een heel groot deel van de planvorming teniet, wat kapitaalvernietiging zou zijn.
De uitdaging ligt wat betreft de Gemeente kortom in de waarde die het gebied kan hebben voor de stad in de ‘tussentijd’, zonder al te veel investeringen en in het optimale geval de rentelasten terugverdienend. Alfed Kazemier benoemde de opgave als een mentale ontginning; stedelingen kennis laten maken met dit gebied en het creatieve denken erover op gang brengen. Want ondanks de nabijheid van het centrum is het gebied altijd ontoegankelijk en onbereikbaar is geweest voor de Stadjers.
Het instrumentarium dat de gemeente wil hanteren is het (tijdelijk) openbaar maken van het terrein en participatie van burgers op gang brengen door initiatieven en ideeën onder burgers te verzamelen. Dat het onderwerp in de stad leeft, blijkt in het feit dat reeds zo’n 40 initiatieven bij de gemeente zijn binnengekomen. Opvallend is daarbij dat veel initiatieven met dezelfde soort ideeën komen; energiepark, recreatieve of Leisure functies; stadslandbouw, evenemententerrein. Staat dat haaks op de wens om een complementair en een gebied met eigen identiteit te willen maken?
Een van de partijen die ook reeds over de potentie van het gebied heeft nagedacht is de natuur en milieufederatie Groningen. Zij zien de gemeentelijke aankoop van een heel ander perspectief: een van de grootste natuurreservaten in de provincie. Kees Boel koppelde terug wat tijdens een schetsschuit met andere natuur en landschapspartijen aan gedachten is ontwikkeld. Zij zien met name kansen om het gebied aantrekkelijker te maken voor broedvogels, vleermuizen en andere flora en fauna. Het herstellen van het wisselende waterpeil in de vloeivelden is daarbij zeer kansrijk. Ook de natuurpartijen zien mogelijkheden tot stadslandbouw (o.a. visteelt) en waterzuivering d.m.v. helofietenfilters (die deels al in het gebied aanwezig zijn), maar vooral het educatieve aspect en een zichtplek voor natuurbewonderaars dicht bij de stad is volgens de natuurorganisaties de grootste kans voor het gebied. Met meer bewustwording en waardering voor de natuur tot gevolg. 
Lenze Hofstra van CAREX, tevens gastheer van de avond, stelde daarna de groep de gewetensvraag; welk type beheer heb je voor tijdelijke functies eigenlijk nodig? Ben je dan bij conventionele partijen als staatsbosbeheer aan het goede adres? En wat voor erfpachtconstructies pas je als gemeente toe? Het moge duidelijk zijn dat CAREX hier duidelijke ideeën over had. Waarbij zij naast veel ruimte voor natuur en (stads)landbouw met name inzetten op ‘vrije ruimte’. Wat die vrije ruimte inhoud, zette Lenze uiteen vanuit een filosofisch perspectief; een grote stad heeft een ruimte nodig alwaar evenementen, festivals en subculturen een plek kunnen krijgen. Deze kwaliteit die wel terug te vinden zijn in steden als Amsterdam, Rotterdam en Berlijn, zijn in Groningen niet te vinden. Juist dit ziet CAREX als kans op het suikerunieterrein, omdat de ligging en bereikbaarheid vanuit de stad optimaal is en omdat de overgebleven bebouwing bestand is tegen zware belastingen. De bestaande IMR contour is hierbij eerder een kans dan een bedreiging: er is een mogelijkheid tot geluidmaken en experimenten. 
 
De groep splitste zich daarop in drieën. De vraagstelling welke strategische (toekomstvaste) investeringen op korte termijn in het gebied noodzakelijk waren (om ook op lange termijn doel te hebben), werd door een van de subgroepen vertaalt tot een visie waarbij de bereikbaarheid van het gebied centraal staat. Het verbeteren van de relatie tussen de binnenstad en het terrein werd gezien als een waardevolle investering voor nu én de toekomst. Door op een strategische plek de spoorlijn en het Hoendiep te kruizen kan de bereikbaarheid van het gebied worden verbeterd. Door de aanplant van bomen kan de ‘tussentijd’ benut worden om alvast een stevige groenstructuur aan te leggen. 
Op de vraag welke strategie gevolgd moet worden om het gebied bekendheid te geven, werd door de tweede groep op verrassende wijze beantwoord door niet in te zetten op programmering, maar enkel op ontsluiting. Hun mening was  dat enkel de aanleg van schelpenpaden en enkele tijdelijke bruggen (babybrug?) voldoende zou zijn. De rest zou hieruit wel volgen. Ook hier zag men kans de IMR contour te gebruiken voor evenementen als motorcross of feesttenten. 
De laatste groep werd gevraagd na te denken hoe het gebied in de ‘tussentijd’ inkomsten zou kunnen genereren. Inzet hier was het oprichten van een P+R locatie aan het spoor, waar tevens een (tijdelijke) halte kon ontspruiten. Daarnaast zag de groep kansen om het water te benutten door leges/liggelden te vragen aan woonboten en werfactiviteiten mogelijk te maken in de pulpbrokjesloods. Als belangrijkste inkomstenbron werden €venementen gezien, waarbij laagdrempeligheid (niet de linkse elite) het succes kan bepalen. In het groene deel van het plangebied werden kansen gezien voor stadslandbouw, visvijvers en stadskamperen, maar vooral voor energiebronnen zoals zonnepanelen (op de taluds van de bassins) en windenergie.
De plenaire terugkoppeling leerde dat er onder de genodigden een redelijk eensgezind beeld was over de minimale ingrepen die de gemeente zou moeten oppakken;  toegankelijk maken en het spoor oversteekbaar maken. Ook kwamen een veelheid aan kansen naar boven; te noemen zijn de huidige functies in de stad die onder druk staan: zoals het UMCG of MartiniPlaza: zij zouden het gebied tijdelijk kunnen gebruiken: voor (outdoor) evenementen of voor zeer specialistische bestralingsystemen bijvoorbeeld. 
Blijven we met de constatering achter dat ook de Noorderstromers voor een groot deel met dezelfde soort ideeën komen. Zit dit verborgen in de Genius Loci, of in onze huidige tijdsgeest?


 

Provinciale politiek eensgezind over uitvoering EHS

Het CDA, FNP,  VVD en Groen Links in de provincies Groningen en Friesland zijn het eens over het belang van uitvoering van de EHS. Dit bleek tijdens een politiek café georganiseerd door Stichting De Noorderstroom. Opvallend was dat de partijen het eens waren over het belang van de ruimtelijke kwaliteit in het Noorden en de noodzaak van een nieuwe aanpak. 
Een nieuw economisch model
Dertig mensen debatteerden in Brasserie Roesd te Tolbert  met aankomende statenleden over de ruimtelijke kwaliteit van de drie noordelijke provincies. Centraal stond de vraag welke keuzes onze provinciale bestuurders in tijden van crisis én  krimp moeten maken.Het debat ging in op drie voor Noord Nederland belangrijke onderwerpen: de biobased economy, natuur en de bestaande woningvoorraad. De thema’s werden ingeleid door professionals werkzaam op gebied van duurzaamheid, ruimtelijke planning en ontwerp. Onder leiding van Rob van der Bijl kwam gaandeweg dé urgentie van Noord Nederland naar voren; de aard van de economie verandert en dit biedt kansen voor sectoren waar Noord Nederland goed in is: landschap, agro-industrie en prettig wonen in dorpen en steden. Maar hoe verbind je de nieuwe economie met die kwaliteiten, wat wordt de aard van de economie in Noord Nederland?
Een nieuwe duurzaamheidagenda
Econoom Cor Kamminga ging in op het SER rapport met kansen voor de biobased economy in Noord Nederland. Er kan een meerwaarde ontstaan wanneer de chemische industrie in het Noorden aansluiting vindt bij de agro-industrie. Dit kan leiden tot productie en export van groene grondstoffen als bijvoorbeeld vervanging voor plastic op basis van aardolie. 
Mooie vergezichten, dat was de eerste reactie van de aankomende statenleden. Maar hoe maken we het waar? Groen Links Groningen werd vertegenwoordigd door Mario Post. Hij ziet de bio-grondstoffen economie aansluiten bij hun duurzaamheidagenda met een  pleidooi voor  samenwerking, vergroening van de chemie als bedrijfstak en inzet op regiogebonden banen voor VMBO en MBO. Hierop volgde de tegenwerping van Nico Bakker (VVD, Groningen) dat er lokaal wel draagvlak moet zijn voor duurzame energie en dat er beperkingen zijn aan de schaal van het productielandschap. Blijft het waardevolle landschap wel? Hij noemde als voorbeeld voor nieuwe lokale cohesie de dorpen in Noord Duitsland die samen eigenaar zijn van de windmolen of biovergistinginstallatie. Men is er trots op, verdient er aan en neemt wat overlast voor lief. 
Nieuwe natuurdoelstellingen
Ecoloog Alewijn Brouwer toonde aan dat grote natuurgebieden een economische waarde van miljoenen hebben voor het toerisme, waterberging en natuur en dus sterk aan elkaar verbonden zijn. Hij pleitte voor robuuste grote natuurgebieden. Fernande Teernstra (CDA Fryslân) en Nico Bakker (VVD Groningen) gaven desgevraagd aan dat de natuurregels in hun ogen de boeren en andere ondernemers in de weg zitten. We hebben het met elkaar wel allemaal heel complex gemaakt. Nico Bakker gaf een aantal voorbeelden van de ‘waanzin’ waarin we soms terecht komen door de regels te letterlijk op te volgen. De zaal kon dat alleen maar beamen en eraan toevoegen dat het over het algemeen provincies zijn die deze beslissingen nemen. De boodschap van Alewijn Brouwer sprak hen aan; maak de Ecologische Hoofdstructuur af, neem desnoods iets meer tijd. De vraag 'welke natuur heeft u voor ogen' maakte de standpunten duidelijker en bleek er onder de politici eensgezindheid; grote natuurlijke processen horen thuis in gebieden als de Wadden en het Lauwersmeer. En zijn planten en dieren, zoals de grutto, die goed gedijen in het gebruikslandschap 
Nieuwe aanpak woningvoorraad
Stedenbouwkundige Sandra van Assen illustreerde de kwaliteiten van de na-oorlogse woningbouw – het zogenaamde Delfts Rood - en vergeleek die met meer recente woonwijken.  Conclusie; er is niets mis mee om in tijden van tegenspoed voorzichtiger te zijn met uitgeven van geld. Maar ga niet zo bezuinigen dat we daar later spijt – en dus veel kosten – van krijgen. Het vraagt om een nieuwe aanpak die past bij de schaal van de vraag. Dat kan een gemeente zijn, maar voor grote opgaven is dat vaak de provincie of geheel Noord Nederland. En houd die aanpak voldoende lang vast. Daar ligt een grote taak voor de provincies. Jan Visser (FNP Fryslân) ziet bij de aanpak van de bestaande woningvoorraad een grote taak voor de provincies. “De lokale politiek houdt zich niet aan strategieën, een meerjarige en grensoverschrijdende aanpak.” Een gemeente komt de vraag over de aanpak van een verouderde woonwijk maar één, hooguit twee keer tegen. Kiezen voor sloop lijkt dan logisch. Maar wat nu als dat wijkje net in de top 10 van meest waardevolle van de provincie zit? De versnipperde aanpak van recreatieparken laat ons zien hoe het beter niet kan. En hoe krijgen we zo'n aanpak nou vertaald in de bestemmingsplannen? De ervaringen met de aanpak van De Nije Pleats in Fryslân, die nu vervolg krijgt in Groningen en Drenthe lijkt hierbij veel potentie te hebben.
Oproep van De Noorderstroom
Stichting De Noorderstroom bevordert het maatschappelijk debat over de ruimtelijke kwaliteit van Noord Nederland tussen professionals en anderen. Naar aanleiding van het debat concludeert De Noorderstroom datde transities waar Noord Nederland voor staat, vrijblijvend zullen blijven als niet over de onderliggende economische mechanismen wordt nagedacht. Kennis van ruimtelijke processen is daarbij nodig omdat  kwaliteit van de ruimte in Noord Nederland onlosmakelijk met die economie is verbonden. Behoud en versterking van ruimtelijke kwaliteit vraagt daarnaast bundeling van lokale bestuurskracht tot een Noord Nederlandse benadering van deze onderwerpen. Slim samenwerken, thema’s integreren en verrassende coalities sluiten lijken hierbij van cruciaal belang. De provinciale politiek kan en moet die richting meegeven. De Noorderstroom roept provinciebestuurders daarom op tot een vervolg op dit debat. 

 

Leefbaarheid in Noord-Oost Fryslân: de blik op Holwerd 20 april 2011

Leefbaarheid in kleine dorpen
Op 20 april 2011 bracht De Noorderstroom een bezoek aan Holwerd. Onder een stralende hemel en begeleid door een verkoelende bries maakte een groep van circa 20 personen een wandeling door Holwerd onder leiding van Renze van Sloten.
Renze wijst aan hoe eenvoudig in het landschap en in paden is af te lezen waar vroeger de zee grensde aan de dijk rondom het uit twee terpen bestaande dorp. De toren van de middeleeuwse kerk deed oorspronkelijk dienst als vuurtoren. In de nabijheid van de oude kerk staat een kaart waarop de vele routes te zien zijn, die het Waddengebied rijk is. Verderop ten westen van het open landschap tegen de Deltadijk ligt de pier waar de overtocht naar Ameland begint.
De karakteristieke hoofdstraat van het dorp ontleent z’n hoge stoepkanten aan de tijd dat de hellinghoek voor koetsen e.d. moest worden verkleint. Renze, geboren en getogen Holwerter, weet feilloos te benoemen welke winkels en werkplaatsen ooit in het oude dorp actief waren. De bedrijvigheid is niet meer. Vanuit de groep spreekt af en toe de verwondering over de oude, monumentale en nieuwere parels die Holwerd rijk is. Het betreft de kleine woningen aan de hoofdstraat tot een aantal indrukwekkende villa’s en de pas verlaten gereformeerde kerk, waarvoor een nieuwe bestemming gezocht wordt. De excursie eindigt bij het open kleilandschap aan de zuidoostkant van het dorp. Op de plek ligt een oud kassencomplex, waarvoor een aantal Holwerters een plan hebben ontwikkeld om op deze plek een wadden informatie centrum te bouwen.
Bij terugkeer in de Stelpshoeve wordt het gezelschap uitgebreid met wethouder Boorsma van de Gemeente Dongeradeel en een aantal leden van Dorpsbelangen.
Yellie Alkema geeft de aftrap voor de avond: deze zal in het teken staan van leefbaarheid of onder de minder populaire term ‘krimp’. Sicco Boorsma geeft een toelichting op het proces waar de gemeente mee bezig is (zie presentatie)
De gemeente zet in op kwaliteit: duurzame energie, cultuurhistorische waarden, glasvezelnetwerk, nieuwe financiële constructies (revolverend fonds) en procesvernieuwing.
Karin Peeters reikt in haar presentatie (zie presentatie op de pagina) een theoretisch afwegingskader aan op basis waarvan je kunt besluiten welke ruimtelijk-economische ontwikkelingen in welk type kernen zouden moeten worden gestimuleerd. Na deze introductie gebaseerd op de theorie van Hildreth, zet Karin uiteen over welke thema’s we verder gaan discussiëren en schetsen in kleine groepen:
 1.     Hoe kan de waarde van het vastgoed verstevigd worden? Zijn er huurconstructies mogelijk in koopwoningen? Wat is de rol van de corporatie?
2.     Welk type kern is Holwerd (volgens Hildreth) en welke ruimtelijk economische ontwikkelingen zou je moeten stimuleren?
3.     Hoe kom je tot een proces waarbij bewoners zelf de initiatieven dragen en verder brengen?
De drie groepen hebben levendige discussies, onder meer door de aanwezigheid en input van een aantal bewoners, opgeluisterd door schetsen en krabbels. De groep die zich bezighoudt met de ruimtelijk-economische impulsen voert een discussie over de relatie tussen Holwerd en de Wadden(pier). De uitkomst is eigenlijk dat de nadruk niet zo zeer op het trekken van de Ameland-ganger moet liggen als wel op de bezoeker van de Wadden. Mensen (campers) die langs de dijk door het hele gebied trekken vanwege de ruimte, stilte en rijkdom van flora en fauna. Ook het sportieve aspect van trektochten is een belangrijk onderdeel van het Waddentoerisme.
 De groep die als opdracht kreeg te discussiëren over het stimuleren van het ‘bewoners’ initiatief kan het niet nalaten over de ontwikkelingen van Holwerd zelf te praten. Een kleine plaats met ruimtelijk en logistiek een aantal belangrijke punten moet veel meer uitgaan van de kracht van het beste dan ‘verdeel en heers’. De ontwikkelingskaart van Holwerd bevat talloze ‘sterren’ waar ontwikkelkansen liggen, maar het is duidelijk dat er weinig fondsen voorradig zijn. Focus op wat je hebt! De discussie over het wadden informatie centrum wordt gepareerd door Renze van Sloten: op dit moment vindt een locatieonderzoek plaats. Het ligt niet vast om het centrum ter plaatse van het kassencomplex te bouwen. De suggestie wordt gedaan om de fraaie Gereformeerde kerk (met toren) te bestemmen voor een dergelijk initiatief.
 De avond eindigt veel te vroeg om alle onderwerpen die zijn losgewoeld te laten landen. De groep die zich bezighoudt met de ‘vastgoedwaarde’ geeft aan dat Holwerd niet vast zit aan een corporatie die ter plekke bezit heeft als het gaat om het aanpakken van koopwoningen. Elders in Fryslân zijn voorbeelden te vinden van corporaties die hun nek uitsteken, juist in gebieden waar het aantal inwoners afneemt.
 De avond wordt afgesloten met een gebaar richting de Holwerters. Wil je verder nadenken over locatie en het kiezen van een ruimtelijk-economische richting, dan wil de groep nog eens terugkomen. De vereniging dorpsbelangen besluit met de woorden dat deze Noorderstroom bijeenkomst inderdaad heeft bijgedragen aan het scherper krijgen van de gedachten over de eigen ontwikkelingen.

 

Geslaagde bijeenkomst in de Blokhuispoort Leeuwarden

Op donderdag 5 november 2009 kwam het netwerk van De Noorderstroom weer bij elkaar, nu in de voormalige gevangenis de Blokhuispoort in Leeuwarden. We kunnen terugzien op een geslaagde bijeenkomst. Centraal stond dit keer de binnenstad van Leeuwarden. Gastvrouwe was Nynke Rixt Jukema die met haar bedrijf NRJ Architectuur een ruimte in de Blokhuispoort huurt. Karin Peeters heeft ons kort meegenomen in de historisch-geografische ligging en ontwikkeling Leeuwarden (zie ook artikel uit Friesch Dagblad 6-11-2009 hieronder). Bert Bandringa van de gemeente Leeuwarden was zo vriendelijk om voor de broodjes te zorgen. En in zijn presentatie nam hij ons mee in de vraagstukken voor verschillende gebieden in de binnenstad, zoals het Wilhelminaplein, het Harmoniekwartier en de Tweebaksmarkt. Met een broodje in de hand zijn we daarna de stad ingelopen om de kwaliteit van die plekken ook aan den lijve te ondervinden. De bouwplaats van de provincie Fryslân aan de Tweebaksmarkt, de fraaie binnenstad, laverend tussen het winkelende publiek, de immense bouwput van het Zaailand/Wilhelminaplein en de onduidelijke ruimte van het Harmoniekwartier, met voormalig fraaie panden en steegjes met blinde muren. Terug in de Blokhuispoort kwamen we nog niet direct los van die blinde muren, want Nynke-Rixt gaf ons een rondleiding door de gevangenis. Bedrijfjes in de voormalige cellen met ramen ver boven ooghoogte. Wel daglicht, geen uitzicht, wat doet dat met je inspiratie? Maar op deze manier werd de opgave van de toekomstige bestemming van zo’n historisch pand op zo’n historische plek wel goed duidelijk. De poorten van de Blokhuispoort staan open; opvallend hoe veel mensen op de binnenpleinen aanwezig bleven, ook in de vooravond. De plek wordt gebruikt door de Leeuwarders.
Terug in ons zaaltje heeft Sjoerd Nota ons meegenomen in het denken vanuit shared spaces en wat dat voor de inrichting van de openbare ruimte kan betekenen. Voldoende ingrediënten voor een uurtje vrij denken en schetsen. De opdracht voor de drie groepjes is open gelaten. De groepjes hebben gekeken naar de kansen van de drie gepresenteerde plekken in de binnenstad. Iedereen was wel geïnteresseerd in de opgave van het Harmoniekwartier. Ook is er gekeken naar de verkeersafwikkeling, de conflicten tussen met name auto en fietsers en de kansen die de shared space gedachte daarbij bieden. Bij aanwezigen rees soms de vraag of het aantal en de schaal van de voorzieningen niet te groot waren voor wat Leeuwarden en het bedieningsgebied feitelijk is. Bijvoorbeeld, wat is het relatieve belang van bioscopen en poppodia ten opzichte van kleinschalig toevoegen van groen en meer benutten van het water voor openbare functie. Maar ook nut en noodzaak van parkeren dicht bij de binnenstad kwam aan de orde. Kortom, wederom een inspirerende bijeenkomst.
Helaas waren we een goed fototoestel vergeten mee te nemen. In het foto-album hieronder ziet u de plaatjes die we wel hebben kunnen maken.





 

Subscribe to this RSS feed