A+ A A-

Eerste impressie (ver)binding met het noorden

Donderdag 21 april 2016 kwam De Noorderstroom bij elkaar in Jipsinghuizen, hotel Waalehof. Het was een prachtige lentedag. Historicus Jochem Abbes heeft veel over de geschiedenis van de omgeving en de boerderijen uit de doeken gedaan. Jan Willem Kok heeft tijdens de wandeling zijn ideeën over herbestemmen en combineren van functies toegelicht. Vind bij dit bericht een paar foto's van de wandeling.

Het avondprogramma zou starten met een inleiding van Bright Richards van New Dutch Connections. Helaas kon Bright niet komen en lukte het niet een skype-verbinding op te zetten. Als alternatief is de TED-lezing van Bright getoond. Deze lezing, The freedom of liberty brought us here, TEDxUtrecht, februari 2016, kun je hier terugkijken.

Een verslag van de 2e inleiding, verzorgd door Lex de Boer, directeur van Lefier, een samenvatting van de flaps tijdens de gesprekken over de onderwerpen zijn gemaakt en een lijst met aanbevelingen uit deze bijeenkomst volgen zo spoedig mogelijk.

 

Read more...

Nieuwe buren, inzending Onix met partners

Visie op de opgave
De vluchtelingencrisis is een complex sociaal-cultureel en logistiek vraagstuk. Het vraagt een sensitiviteit voor het sociaal adaptatievermogen van asielzoekers en de lokale bevolking. Wij maken van de nood een deugd door de crisisopvang te koppelen aan actuele vraagstukken in het landelijke gebied; krimp, leegstand, goedkope huisvesting, herbestemming erfgoed en vitale sociale verbanden. Aangezien de komende jaren meer agrarische bebouwing vrijkomt dan kantoorruimte, hebben de krimpregio’s een enorm potentieel.

Zie verder: http://onix.nl/portfolio-item/nieuwe-buren/

 

Read more...

160421 (VER)BINDING IN HET NOORDEN

Een enorme uitdaging

Leegstaande monumentale gebouwen, statushouders en zorgvragers, overheden met budget; drie ingrediënten die nog niet op grote schaal bij elkaar zijn gebracht. De verbinding leggen en creatieve oplossingen presenteren, dat is de uitdaging die we jullie graag willen geven op de bijeenkomst van 21 april 2016. We krijgen een inleiding over het initiatief van New Dutch Connections en gaan daarna de vertaling maken naar het Noorden. Uiteraard op locatie, bij zo'n leegstaande boerderij. Met het verhaal er bij!

Bestuurders en organisaties worden zich bewust van het belang en de groeiende noodzaak van het geven van nieuwe bestemmingen aan leegstaande, soms monumentale, panden zoals boerderijen, scholen en industrieel erfgoed. Henk Staghouwer, gedeputeerde van de provincie Groningen, verwoordt het klip en klaar; het gaat niet om een enkele, maar om tientallen leegstaande monumentale boerderijen. Het zal in Drenthe en Fryslân om vergelijkbare aantallen gaan. De vraag is echter; wie voelt zich hiervoor werkelijk probleemeigenaar?

Het vraagstuk van opvang van onze Nieuwe Nederlanders ontwikkelt zich langs eenzelfde lijn. Bekende oplossingen, zoals grootschalige opvang, werken slechts tijdelijk. Vooral de doorstroom van statushouders stagneert. Een ongewenste situatie voor deze mensen zelf, maar ook voor de omgeving. Grootschalige opvang past niet bij de maat van het landelijke gebied van Noord Nederland. Het verzet gaat hier niet over het opvangen van mensen, maar de manier waarop dat wordt voorgesteld. Zijn er oplossingen om statushouders een perspectief te bieden? En werken die oplossingen misschien ook voor de ouderen - de zorgvragers - uit onze plattelandssamenleving? Wat kunnen we leren van de initiatieven die al zijn gestart? En kunnen die een opmaat zijn naar een schaal die de leegstaande monumentale panden in Noord Nederland vraagt? Deze opgave staat centraal in de bijeenkomst van 21 april 2016.

Het programma in hoofdlijnen:

17:30 wandeling met inleiding 'historie panden en omgeving' en 'kansen voor monumenten
18:30 broodje en netwerken
19:00 de inspiratie van New Dutch Connection, de opgave met o.a. Lex de Boer, directeur Lefier
19:45 werken aan een collectief programma
21:15 oogsten
21:30 afsluiting

Locatie Hotel Waalehof, Weenderstraat 4, Jipsinghuizen (9551 TK  Sellingen), 0599 326 546

We zien deze bijeenkomst van De Noorderstroom als een begin, een kick-off. We hopen probleemeigenaren en partijen die iets kunnen realiseren dichter bij elkaar te brengen. Het probleem benoemen kunnen wij wel. Maar de creativiteit, de oplossingen zullen uit jullie, uit het netwerk, moeten komen.

We organiseren deze bijeenkomsten in samenwerking met de Koninklijke Nederlandse Heide Maatschappij (KNMH), afdeling Groningen.

Zie ter inspiratie de Onix inzending "Nieuwe buren" onder "inspiratie".
 

Voor meer informatie:
Derk den Boer
Michiel Firet (06 1296 1898)
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
 

Read more...

Suiker in Groningen, de toekomst

In de week dat de gemeente Groningen officieel de sleutel overhandigt krijgt van het 126 hectare grote Suikerunieterrein, kwam de Noorderstroom bijeen om over de toekomst potentie van het gebied te brainstormen. 
En dan met name het tijdelijk gebruik ervan de komende vijftien jaar. Alfred Kazemier en Kees Muller van de Gemeente (ROEZ) lichtten deze quest toe: met de reeds in gang gezette ontwikkelingen van Meerstad, De Held 3, Ciboga en Ebbingekwartier is er reeds voldoende planvoorraad voor de stad. En hoewel er geluiden zijn om de ontwikkelingen van Meerstad te stoppen en eerst  het Suikerunieterrein te ontwikkelen, zijn deze ideeën niet reëel. De rentelasten van Meerstad zijn vele malen groter dan die van het Suikerunieterrein, bovendien doe je een heel groot deel van de planvorming teniet, wat kapitaalvernietiging zou zijn.
De uitdaging ligt wat betreft de Gemeente kortom in de waarde die het gebied kan hebben voor de stad in de ‘tussentijd’, zonder al te veel investeringen en in het optimale geval de rentelasten terugverdienend. Alfed Kazemier benoemde de opgave als een mentale ontginning; stedelingen kennis laten maken met dit gebied en het creatieve denken erover op gang brengen. Want ondanks de nabijheid van het centrum is het gebied altijd ontoegankelijk en onbereikbaar is geweest voor de Stadjers.
Het instrumentarium dat de gemeente wil hanteren is het (tijdelijk) openbaar maken van het terrein en participatie van burgers op gang brengen door initiatieven en ideeën onder burgers te verzamelen. Dat het onderwerp in de stad leeft, blijkt in het feit dat reeds zo’n 40 initiatieven bij de gemeente zijn binnengekomen. Opvallend is daarbij dat veel initiatieven met dezelfde soort ideeën komen; energiepark, recreatieve of Leisure functies; stadslandbouw, evenemententerrein. Staat dat haaks op de wens om een complementair en een gebied met eigen identiteit te willen maken?
Een van de partijen die ook reeds over de potentie van het gebied heeft nagedacht is de natuur en milieufederatie Groningen. Zij zien de gemeentelijke aankoop van een heel ander perspectief: een van de grootste natuurreservaten in de provincie. Kees Boel koppelde terug wat tijdens een schetsschuit met andere natuur en landschapspartijen aan gedachten is ontwikkeld. Zij zien met name kansen om het gebied aantrekkelijker te maken voor broedvogels, vleermuizen en andere flora en fauna. Het herstellen van het wisselende waterpeil in de vloeivelden is daarbij zeer kansrijk. Ook de natuurpartijen zien mogelijkheden tot stadslandbouw (o.a. visteelt) en waterzuivering d.m.v. helofietenfilters (die deels al in het gebied aanwezig zijn), maar vooral het educatieve aspect en een zichtplek voor natuurbewonderaars dicht bij de stad is volgens de natuurorganisaties de grootste kans voor het gebied. Met meer bewustwording en waardering voor de natuur tot gevolg. 
Lenze Hofstra van CAREX, tevens gastheer van de avond, stelde daarna de groep de gewetensvraag; welk type beheer heb je voor tijdelijke functies eigenlijk nodig? Ben je dan bij conventionele partijen als staatsbosbeheer aan het goede adres? En wat voor erfpachtconstructies pas je als gemeente toe? Het moge duidelijk zijn dat CAREX hier duidelijke ideeën over had. Waarbij zij naast veel ruimte voor natuur en (stads)landbouw met name inzetten op ‘vrije ruimte’. Wat die vrije ruimte inhoud, zette Lenze uiteen vanuit een filosofisch perspectief; een grote stad heeft een ruimte nodig alwaar evenementen, festivals en subculturen een plek kunnen krijgen. Deze kwaliteit die wel terug te vinden zijn in steden als Amsterdam, Rotterdam en Berlijn, zijn in Groningen niet te vinden. Juist dit ziet CAREX als kans op het suikerunieterrein, omdat de ligging en bereikbaarheid vanuit de stad optimaal is en omdat de overgebleven bebouwing bestand is tegen zware belastingen. De bestaande IMR contour is hierbij eerder een kans dan een bedreiging: er is een mogelijkheid tot geluidmaken en experimenten. 
 
De groep splitste zich daarop in drieën. De vraagstelling welke strategische (toekomstvaste) investeringen op korte termijn in het gebied noodzakelijk waren (om ook op lange termijn doel te hebben), werd door een van de subgroepen vertaalt tot een visie waarbij de bereikbaarheid van het gebied centraal staat. Het verbeteren van de relatie tussen de binnenstad en het terrein werd gezien als een waardevolle investering voor nu én de toekomst. Door op een strategische plek de spoorlijn en het Hoendiep te kruizen kan de bereikbaarheid van het gebied worden verbeterd. Door de aanplant van bomen kan de ‘tussentijd’ benut worden om alvast een stevige groenstructuur aan te leggen. 
Op de vraag welke strategie gevolgd moet worden om het gebied bekendheid te geven, werd door de tweede groep op verrassende wijze beantwoord door niet in te zetten op programmering, maar enkel op ontsluiting. Hun mening was  dat enkel de aanleg van schelpenpaden en enkele tijdelijke bruggen (babybrug?) voldoende zou zijn. De rest zou hieruit wel volgen. Ook hier zag men kans de IMR contour te gebruiken voor evenementen als motorcross of feesttenten. 
De laatste groep werd gevraagd na te denken hoe het gebied in de ‘tussentijd’ inkomsten zou kunnen genereren. Inzet hier was het oprichten van een P+R locatie aan het spoor, waar tevens een (tijdelijke) halte kon ontspruiten. Daarnaast zag de groep kansen om het water te benutten door leges/liggelden te vragen aan woonboten en werfactiviteiten mogelijk te maken in de pulpbrokjesloods. Als belangrijkste inkomstenbron werden €venementen gezien, waarbij laagdrempeligheid (niet de linkse elite) het succes kan bepalen. In het groene deel van het plangebied werden kansen gezien voor stadslandbouw, visvijvers en stadskamperen, maar vooral voor energiebronnen zoals zonnepanelen (op de taluds van de bassins) en windenergie.
De plenaire terugkoppeling leerde dat er onder de genodigden een redelijk eensgezind beeld was over de minimale ingrepen die de gemeente zou moeten oppakken;  toegankelijk maken en het spoor oversteekbaar maken. Ook kwamen een veelheid aan kansen naar boven; te noemen zijn de huidige functies in de stad die onder druk staan: zoals het UMCG of MartiniPlaza: zij zouden het gebied tijdelijk kunnen gebruiken: voor (outdoor) evenementen of voor zeer specialistische bestralingsystemen bijvoorbeeld. 
Blijven we met de constatering achter dat ook de Noorderstromers voor een groot deel met dezelfde soort ideeën komen. Zit dit verborgen in de Genius Loci, of in onze huidige tijdsgeest?


 

Read more...
Subscribe to this RSS feed